GR 5 2009

De voorbereiding
Voorbereiden begin je op internet, waar je zoekt naar verhalen over wat mensen hebben meegemaakt. Je zoekt naar de sites van de doorgewinterde wandelaars en uiteindelijk maak je een eigen plan. Mijn vragen waren: Wat neem je mee? Hoe bespaar ik gewicht? Allemaal praktische vragen waar een ieder (op internet) een ander antwoord op geeft.

Ik heb een paklijst gemaakt met de dingen die ik nodig had. Ik heb het routeboekje “Wandelgids GR5 Maastricht – Diekirch (Ardennen) ISBN 9782930488097” gekocht en bij “deGR5telijf” heb ik”Slapen langs de GR5” gekocht. Even voor proef inpakken, slaapzak onderin de rugzak, tent in onderdelen onderin en slaapmatje met tentstokken buiten op. Er blijft ruimte zat over voor de rest van mijn spullen.

Ik heb mijn eerste etappe van de GR5 gelopen van 29-05-2009 t/m 04-06-2009.

van Maastricht naar Kanne.
Afstand 10.3 km. Gelogeerd in 
Hotel “Limburgia”.

Het was zover, 29 mei 2009. Ik had mijn rugzak ingepakt en was er helemaal klaar voor, totdat ik de rugzak aan deed. Ik stond als een duikelaar te tollen. Wat een gewicht, dit werd mij veel te zwaar en ik besloot direct ter plaatse dat ik mijn tent en slaapspullen thuis liet en gewoon in hotelletjes ging overnachten. Alle kleding en wat ik nodig had pakte ik over in mijn kleine rugzak wat direct prettiger aanvoelde.
Ik ging naar Station Bijlmer Arena, kocht een kaartje Maastricht en nam de trein van 13.30 uur. Het was prachtig weer en het landschap flitste aan mij voorbij. In Maastricht aangekomen zette ik mijn GPS aan en zocht naar de routeaanduiding van het Pieterpad. Deze had ik snel gevonden, want het Pieterpad loopt langs het station. Ik volgde de route door het centrum en passeerde de sint Servaasbrug richting Pietersberg. Voor mij liepen twee echtparen die aan de laatste etappe van het Pieterpad bezig waren.
Bij het Pieterpad monument aangekomen werden er foto’s gemaakt en er werd gezegd we hebben het gehaald. Grappig voor mij was het pas het begin.
Het Pieterpad gaat hier feilloos over in de GR5 met dien verstande dat ik het nu met een boekje moest doen zonder de mooi gekleurde kaarten zoals die in de boekjes van de Nederlandse LAW staan. Het was even wennen. Ik kreeg nu echt het gevoel dat het avontuur was begonnen. Het werd ineens stil, je hoorde alleen nog de vogels en ik kwam geen mens meer tegen. Naar Kanne was het een mooie route die door het natuurgebied “d’n Observant” loopt met aan je linkerhand de mergelgroeve van de ENCI. Je loopt hier op de grens met België waardoor je steeds langs grenspaaltjes komt. Dan langs de prachtige hoeve Kaster richting het Albertkanaal. Beneden aangekomen was het even zoeken en natuurlijk liep ik langs de verkeerde weg. Volgens mijn kaartje maakt het niet zoveel uit, maar uiteindelijk moest ik voor de brug door de tuinen (ik wil het stuk niet terug lopen) naar de weg erboven klimmen. Hierna kon ik de route weer verder vervolgen door het centrum van Kanne heen richting hotel.
Bij het hotel aangekomen checkte ik me in, waarna ik in de zon op het terras een biertje ging drinken. Daarna op zoek naar een eethuisje en die zijn er genoeg in Kanne. Ik bestelde er een biefstuk met champignons, salade en natuurlijk Belgische friet en koffie toe. Na deze heerlijke maaltijd wandelde ik naar de Kapel van het Heilig Hart waar ik een kaarsje aanstak voor een behouden tocht. Om negen uur lag ik in bed en lees een stukje in Siddhartha van Herman Hesse, het boek dat mijn reis mag begeleiden, en werd geraakt door het stukje “Siddhartha, die pas ontwaakt was en op weg was zichzelf te vinden”.
Het leuke was dat het verhaal synchroon liep met mijn wandeling.

Link naar foto’s dag 1

Van Kanne naar Vielle Foulerie.
Afstand 34.1 km. Gelogeerd in Chambre d’Hote “le Logis Fleuri”.

Half acht op en om acht uur aan het ontbijt. Ik wou om negen uur gaan lopen, omdat ik 34 km voor de boeg had. Lunchpakket gemaakt, rugzak ingepakt en vertrokken. De brug over het Albertkanaal over en of ik heb niet goed gelezen, of het staat niet goed in het boekje beschreven, maar ik was verkeerd gelopen. Er staat in het boekje bij straatnaambordje Avergat onmiddellijk naar rechts de brughelling af. Na wat gepuzzel, moest ik de trap naast de brug afdalen. Ik was gelukkig niet alleen verkeerd gegaan. Een bejaarde dame op de fiets vroeg aan mij of ze in de goede richting naar Maastricht fietste. Nee, antwoordde ik; u moet de andere kant op. Zij geloofde mij niet en vroeg het aan een Belgische wielrenner die net was gestopt om over te steken. Ook hij vertelde haar dat ze de andere kant op moest. Ondanks onze aanwijzingen ging ze toch de verkeerde richting uit. Ik ben benieuwd waar ze uiteindelijk is uitgekomen. Ikzelf volgde de goede route vanuit Kanne langs het riviertje de Geer en liep richting Eben-Emeal. Het was werkelijk prachtig, een landweggetje langs de rivier achter de huizen langs. Ik kwam twee mensen tegen die hun hond uitlieten. Ik stak de Rue du Fort over en volgde een weggetje zoals op de foto. De Belgen noemen dat dwarsen. Het was stil en je hoorde alleen de vogels zingen. Ze vlogen met me mee, alsof ze de weg wilden wijzen. Ook liep er een konijntje met me mee. Niet een meter, maar wel 20 meter. Ik had het gevoel dat ik één werd met de natuur door dit soort ervaringen en merkte dat het me ontroerde. Zo staat het ook ongeveer in het boek van Siddhartha beschreven dat ik gisteravond in bed las. Dan langs het dorpje Moulins (Lava) kwam ik uiteindelijk bij kasteel Tour Eben-Ezer. Het is een bizar bouwsel, gebouwd door Robert Garcet. Even wat gedronken en dan door naar Wonck. Tussen Wonck en de Geertunnel (treintunnel) met prachtig uitzicht over de weilanden waar de koeien en de pinken lopen te grazen. Hier brak ik mijn lunchpakket aan en hield een pauze. Na de Geertunnel kwam ik op het plateau waarop ik een prachtig uitzicht had en het gevoel kreeg van alleen op de wereld. Omdat het een open veld is zonder bomen, is de wegaanduiding zeer gering. In dit deel raakte ik de route kwijt. Ik kwam geen rood/witte merktekens meer tegen. De laatste was aan het begin van het plateau 4 km terug. Ik verloor veel tijd. Mijn gevoel zei dat ik rechtsaf moest en de GPS zei linksaf. Goed dan, linksaf. Ik moest langs de autoweg lopen wat geen pretje was. Auto’s raceten voorbij waardoor ik steeds in de berm moest stappen. Voor mij uit zag ik een dorpje. Zou dat Haccourt zijn, dan viel het nog wel mee. Na een half uur was ik in het dorp en ja het was Haccourt. Gelukkig pakte ik de route bij dit bord weer op en liep in de richting van de brug over het Albertkanaal die in Visé uitkomt. Door een wegopbreking werd het weer zoeken naar de route. Ik vond hem wel maar bleek de verkeerde richting op te lopen. Ik besloot gewoon naar de brug toe te lopen en het Albertkanaal over te steken en dan in de richting van de Maas te lopen. Ik had veel tijd verloren door de wegopbreking. Bij de Maas aangekomen, werd het tijd om wat te eten en te drinken. De brug over de Maas, de snelweg E25 en de spoorweg overgestoken en ik kwam in Visé aan. Vanuit Visé moest ik een steile klim maken en dan tussen de velden door over mooie veldwegen richting Dalhem. Je had hier een mooi uitzicht over het dal van Berwinne. Dalhem is een schilderachtig dorpje dat uitgestorven leek. Uit het dorp wandelend kwam ik weer op een mooie veldweg. Ik merkte dat ik moe begon te worden.Ik had 25 km gelopen en ik moest er nog negen. Midden in de velden zag ik een bankje waar ik even kon rusten en water drinken. Ik nam het besluit mijn sandalen aan te trekken omdat mijn wandelschoenen lood leken. DIT HAD IK NOOIT MOETEN DOEN! Goed, verder op mijn sandalen wat licht en luchtig aanvoelde ging ik richting Feneur, waar ik bij een hoeve kwam, waar ik omheen moest over een servitude weg. Achter een conifeer was een doorgang van 30 cm waar ik eerst mijn rugzak af moest doen en me dan door de opening moest persen. Daarna ging de weg tussen twee weilanden omhoog en ik kwam in Saint Remy aan. Hier waren mijn waterflessen leeg. Aan een man die zijn tuin stond te sproeien vroeg ik of ik mijn flessen mocht vullen. Met vers water in mij flessen vervolgde ik de prachtige wandeling met een lengte van 4km langs het riviertje de Julienne. Het is een bosrijk gebied waar ik doorheen liep. Dan liep ik weer door de weilanden en bereikte de plek waar ik de tunnel onder de A3 door moest. Ik was bijna bij het adres waar ik moest wezen. De vermoeidheid begon toe te slaan. Dat merkte ik omdat ik me minder goed kon concentreren en onzeker werd. Het routeboekje moest ik steeds weer opnieuw lezen. Toen ik in Vieille Foulerie aankwam was ik bijna bij het logeer adres. Ik raakte weer de weg kwijt. Ik had ook mijn Medion routeplanner meegenomen en toetste het adres in. En zo kom ik bij Chambre d’Hote “le Logis Fleuri” aan. De eigenaresse zat op het terras al op mij te wachten. Op mijn vraag of ze Nederlands sprak (zelf spreek ik geen Frans) gaf zij aan dat zij wat Engels sprak. Dus zo konden we met elkaar communiceren. Ik kreeg de roze kamer, écht een prachtige kamer, met een houten plafond met balken, een krakende houten vloer, schitterend. Mijn rechtervoet deed pijn omdat ik een blaar van 1×2 centimeter had opgelopen. Dan lekker douchen, voeten verzorgen wat na 34 km geen weelde was. Schone kleren aangetrokken en de gedragen kleding uitgehangen om te luchten. Ik wilde een restaurant zoeken om te eten en vroeg de eigenaresse of zij een restaurant wist. Aan het eind van de straat links waren drie restaurants en volgens haar allemaal even goed. Ik koos de gezelligste en kreeg van de ober de menukaart. Alles was in het Frans, dus het boekje “Hoe en Wat in het Frans” erbij gepakt. Maar daar schoot ik niets mee op. Ik koos de Risotto du chef. Ten slotte wist ik wel wat risotto was. Mijn bord werd gebracht, blijkt het allemaal vis te zijn, met een heel klein kommetje risotto. Ik lust geen vis! Tja, ik had toch wel trek dus met mijn bekende uitdrukking op mijn gezicht stopte ik voorzichtig een stukje in mijn mond.Tja, de wonderen zijn de wereld nog niet uit of je bent nooit te oud om te leren, kies er maar een. Ik vond het lekker en at alle vier de soorten vis op, behalve de risotto want die vond ik niet lekker. Ik ging om tien uur naar bed en viel direct in slaap.

Link naar foto’s dag 2

Van Vieille Foulerie naar Banneux Kapel.
Afstand 25,3 km. Gelogeerd in Hotel “Halleux”

Om half acht stond ik op. Ik kreeg mijn ontbijt in de huiskamer opgediend aan een lange antieke tafel. Ik was de enige gast. Ik maakte een lunchpakket en kreeg daar fruit en snoep bij. Na het ontbijt pakte ik mijn spullen in en nam afscheid van de eigenaresse. Ik pakte al snel de route weer op en liep richting Saive. Ik voelde me op dat moment vrij omdat ik geen verplichtingen meer had, ik had niets meer besproken. Ik zie wel waar ik uitkom om te overnachten. Het eerste stuk was erg mooi. Dan volgde er een behoorlijke zware klim tussen de bomen en ik kwam uit tussen de weilanden richting ferme des Hospices. Dit is een prachtige boerderij. Ik kwam uit op de rue Militaire, een lange veldweg die wel op een vuilstortplaats leek. Ik vond het jammer van zo een mooi landschap. Voordat ik de foto maakte was ik al langs vijf plaatsen gelopen waar vuil was gestort. Ik liep in de richting van de N3 precies volgens het boekje. Net voor Micheroux ging de route rechtsaf en in het boekje rechtdoor. Het boekje is van 2003 en er is een nieuwe uitgave van 2009. Ik volgde de rood / witte tekens langs een lang fiets en wandelpad vol met fietsers en hardlopers. Het hele stuk was het, bonjour monsieur, wel leuk, iedereen was even vriendelijk. In het park moest ik plots linksaf tussen de bomen door. Gelukkig werd de route goed aangegeven, en kwam ik uit bij de N3 in Micheroux. Nadat ik de weg was overgestoken, moest ik even zoeken hoe ik verder moest lopen. Op dat moment kwam er een Belgische dame naar buiten keurig gekleed en gekapt echt op zijn zondags. Zij begon direct in het Frans tegen me te praten. Ik zei tegen haar dat ik geen Frans sprak, maar dat maakte haar niet uit. Ze bleef lachend door ratelen en vertelde aan de hand van de Franse namen in het Nederlandse boekje dat er een snellere weg was en dat ik anders omliep. Achteraf begreep ik waarom ze dat zei. Om de hoek ging mijn weg verder door de weilanden en over beekjes heen. Ik vond het echt kicken zo door een weiland te lopen. Dwarsen zoals de Belgen dat noemen. Na de weilanden liep ik weer een lang stuk over asfalt, wel een mooi stuk. Uiteindelijk kwam ik bij een treintunnel voor de HSL. Hierna wandelde ik weer tussen de weilanden door en maakte daarna een steile lange afdaling met veel los liggende stenen. Als het regent lijken me dit aardige beekjes, maar gelukkig, het was prachtig weer. Ik wandelde nog steeds op asfalt. Ik ben bij het klimmen begonnen met twee stokken te gebruiken, wat me erg goed is bevallen. Eerst moest ik daar niets van weten, maar nu ik het een keer gedaan heb bevalt het me prima. Het lopen gaat een stuk makkelijker omdat het gewicht en de krachten gelijk worden verdeeld over de benen en de armen. Uiteindelijk kwam ik in Saint-Hadelin, een gehucht met een paar huizen dat uitgestorven leek, alleen de waakhond blafte. Dan vervolgde de weg zich weer door de weilanden en korenvelden en langs heel oude bomen. Geen mens kwam ik hier tegen. Ik at hier mijn brood op en genoot van het uitzicht. Dit is niet te beschrijven, maar er straalde zoveel rust van uit. Ik liep richting Olne. Na Olne ging het pad over in een steenslagweg, een prachtig uitzicht op de vallei van Vesder. Ik kwam aan in Tonvoie en moest daarna weer klimmen wat me in de middag toch wel veel energie koste. Maar als ik dan even stilstond en om me heen keek dan ging het weer. Ik kwam bij Grihanster waar ik weer door de weilanden liep langs een mooie houtwal waarin van alles ritselde. Voordat ik aan een steile afdaling naar de vallei van de Vesder begon keek ik uit over het stadje Nessonvaux waarbij de gedachte bij me opkwam om niet verder te gaan maar om hier te blijven overnachten. Mijn voet begon aardig pijn te doen. Ik besloot te gaan afdalen en tja het was pas één uur, wel wat vroeg om te stoppen. Ik zou wel zien als ik beneden in het stadje was aangekomen. Beneden ben ik de rivier overgestoken en ik besloot mijn route te vervolgen. Bij de kantine van de plaatselijke voetbalclub waar ik langs liep wilde ik even rusten voor ik weer verder zou gaan. In de kantine keken de mensen naar me of dat er een geestverschijning binnen kwam en misschien klopte dat ook wel. Aan de vrouw achter de bar vroeg ik of zij mijn flessen wilde vullen met gewoon kraanwater en of ik even mocht uitrusten. Beide mocht, dus schoentjes uit en voetjes op de andere stoel en zo at ik mijn fruit op. Na een half uurtje vertrok ik weer en moest een stuk omhoog klimmen waardoor je hoog boven de rivier uit kwam, met een prachtig uitzicht over de rivier. Bij station van Fraipont kwam er een zware klim waarbij ik mijzelf afvroeg waar ik aan begonnen was. Maar iedere keer als ik op zo’n punt kwam was het alsof de natuur je wakker schudde door zich van haar mooie kant te laten zien. Al wandelend door de bossen en tussen de weilanden door kwam ik aan bij Banneux-Kapel, een bedevaartsplaats die is geweid aan “de Maagd van de Armen” . Komende vanuit een totale stilte kwam ik in een kakofonie van geluiden, en een mensenmassa. Het wandelboekje gaf aan dat het een druk bezocht bedevaartsoord is dus ik ging snel op zoek naar een hotel, want tja het was Pinksteren, dus alles zou wel snel volgeboekt zijn, tenminste dat dacht ik. Ik liep het eerste hotel-restaurant in en vroeg of ze een één persoonskamer hadden voor één nacht. Er was een één persoonskamer voor mij. Wel direct betalen en dan kon ik naar boven. De kamer was 3 x 3 meter (heb ik nagemeten) met een board wandje waarachter het toilet en douche schuilging en van de twee bedden was er maar één opgemaakt. Maar goed alles was er, zoals handdoeken enz. Ik had mijn kleding gewassen en hing dit in het open raam te drogen. Na gedoucht te hebben ging in het zelfbediening restaurant eten. Biefstuk met friet en sla bereid door de chef kok (Madam dus). Na het eten ging ik richting kapel en nu waren alle toeristen verdwenen en was de rust terug gekeerd. Wat een verschil met afgelopen middag. Een jonge monnik op de fiets passeerde mij onderweg naar de geldbakjes, die geleegd moesten worden. Je moet je voorstellen dat het één groot complex is met diverse kapellen. Ik stak een kaarsje aan en ging even zitten om te genieten van de stilte. Daarna wandelde ik over het terrein en ik was best onder de indruk. Uit het klooster (dat is er ook) klonk gezang. Terug in het hotel kroop ik lekker in bed en las nog een stukje in mijn boek. Wat me bezig hield was de commercie die in dit bedevaartoord overheerste. Vanaf de parkeerplaats liep er een, noem het maar een avenue naar de ingang van bedevaartsplaats met aan de linker en rechterkant souvenirwinkels. Je kon daar alle soorten relikwieën kopen van Heilig water tot ansichtkaarten aan toe. Vanaf de parkeerplaats kwamen mensen in rolstoelen, op krukken of gewoon, voor een beetje hoop, langs deze zaken. Ik zat met verbijstering te kijken, ik kende dit niet, omdat dit mijn eerste bezoek aan een bedevaartplaats was. Alles koste geld, terwijl bij binnenkomst de tekst Onze Lieve Vrouw van de Armen op een beeld staat.

Link naar foto’s dag 3

Van Banneux-Kapel naar Spa.
Afstand 18,4 km. Gelogeerd in Hotel “le Relais”

Die nacht had ik slecht geslapen ondanks dat ik snel in slaap viel. De wekker liep af en ik stond op. Ik was wel uitgerust ondanks dat ik vaak wakker was geweest. De gewassen kleding was droog, op mijn onderbroek na. Ik ging ontbijten en het was even zoeken naar de ontbijtzaal, maar al snel hoorde ik geroezemoes. Ik liep de eetzaal binnen waar een groep Engelse bedevaartgangers zaten te ontbijten. Ik ging aan een tafeltje zitten met uitzicht over de eetzaal. Het ontbijt stelde niet veel voor, zachte witte puntjes (sponsjes), blikken met jam, vette worst, uitgezwete kaas en hard gekookte eieren. Een Engelsman met het figuur van Hercule Poirot uit de verhalen van Agatha Christie, vroeg aan zijn vrouw Anne “Have they here Westminster marmelade?” Anne antwoordde: “No John you are in Belgium!” Ik moest er wel om lachen, om zo’n club Engelse toeristen. Ik was klaar met eten en vroeg de jongen die het buffet bij hield of ik een lunchpakket mocht maken. Dat moest ik aan Madam vragen, hij mocht dat niet toe zeggen. Ik maakte mijn lunchpakketje en liep naar voren waar ik aan madam wilde gaan vragen of ik wat schuldig was voor het lunchpakket. Zij zag mij niet meer, omdat er net een buslading bedevaartgangers de zaak binnen kwam. Nu begreep ik waarom ik de vorige avond moest betalen, binnen is binnen. Zonder iets te zeggen was ik naar mijn kamer gegaan, rugtas ingepakt, wandelschoenen aangetrokken en ik vertrok om negen uur. Het was alweer druk op de avenue. Mijn route ging achter de kapel langs het bos in en daar werd het weer stil. Het pad was één modderpoel en ja hoor ik viel. Gelukkig viel de schade mee, alleen mijn knieën en handen waren vuil geworden. Met een zakdoekje kon ik ze weer aardig schoon krijgen. Na dat ik het bos verlaten had kwam ik op een veldweg door de weilanden, met aan weerszijden van het pad bomen en met een opkomende zon. Zo’n uitzicht gaf mij het gevoel van wouw wat mooi. In mijn gedachten kwam de uitspraak op, je moet de GR5 voelen want ik merkte dat het niet is te beschrijven. Kijk maar naar de foto’s en doe dan je ogen dicht, dan kom je aardig bij dat gevoel. Ik arriveerde bij Ferme St-Remacle waar ik weer afdaalde in een mooi valleitje en kwam aan in het dal van Targon. Het pad bestaat uit losse stenen en hier en daar liep ik door het water dat uit de drinkbakken van de koeien (via de overloop) naar beneden stroomt. Daarna moest ik steil omhoog lopen langs een asfaltweg. Ik besloot hier met stokken te gaan lopen. Het klimmen met stokken ging geweldig en ik gebruikte ze ook in de afdaling. Ik arriveerde in Becco, met achter mij aan mountainbikes die een wedstrijd reden in de omgeving. Na het passeren van een bidhuisje brak ik in de berm mijn lunchpakket aan. Lekker in het gras zitten eten en dan flitsen de fietsers mij voorbij. Ik wist toen nog niet dat ik ze straks zou vervloeken. Continue werd ik gedag gezegd; Bonjour monsieur . Na de lunch ging ik weer verder, Becco door en daar stopte ik bij de kerk waar een groep vrouwen aan het zingen was. Het klonk zo mooi dat ik even bleef luisteren. Toen ik het dorp uitliep passeerde ik een mooi huis (6 en 7) waar om de hoek de mountainbikers weer verschenen. Puffend en hijgend kwamen zij de helling op en reden het asfaltweggetje op dat ik ook ging. Een angstig gevoel sloeg om mijn hart, want mijn weg ging na het dorp links een veldweg op die zéér steil afdaalde, typisch een weg voor mountainbikers. Ja hoor, het klopte, zij gingen ook over het gemerkte wandelpad. Stel je voor een holle weg ongeveer één meter breed met zijwanden ongeveer tachtig centimeter hoog met bomen en begroeiing en losse keien, daar moest ík langs én tientallen bikers. Ik deed het zowat in mijn broek, want de afdaling was ruim anderhalve kilometer. Met een grote snelheid kwamen de mountainbikes mij vloekend en remmend voorbij. Afschuwelijk dat dit gebeurde, maar het waren de Ardennen Trophy mountainbiken. Bij het naderen van La Reid gingen de bikers rechtsaf en ik rechtdoor en liep ik het dorp in waar ik besloot koffie op een terrasje te gaan drinken en te kijken tot waar ik zou doorlopen. Op het terras met de schoenen uit zat ik achterover in het zonnetje en genoot van het mooie weer. Ik was het met mij zelf eens geworden, het was op dat moment 13.00 uur, dat ik zou doorlopen tot Spa en daar zou overnachten. Vanuit La Reid liep ik naar Canada, een klein gehucht, van waar ik naar Winamplanche via een veldweg afdaalde en het laatste stuk door het water en tussen de weilanden door op een erf uitkwam. In het dorpje stak ik het riviertje de Tolifa over en moest dwars over het terrein van een aannemer lopen. Dan door een stukje bos en daar kon ik dan eindelijk in de vrije natuur plassen. Dat klinkt vreemd, maar ik maakte me hierom zorgen. Goed, midden op de weg (ook vandaag weer niemand tegengekomen), gulp open en plassen maar, geweldig wat was dat een opluchting. Ik kwam daarna op een asfaltweg die ik 2 km klimmend moest volgen. Dat was afzien, mijn blaar deed wel geen pijn maar gemakkelijk lopen kon ik nou ook weer niet. Ik werd moe en mijn water raakte op, wat niet best was want het volgende dorp, Creppe was nog een eindje te gaan. Voorlopig steeg ik nog langzaam omhoog. Het gekke was dat op dit soort momenten mijn denken echt stopte en er een vaste tred ontstond. Af en toe de wandelstok in de andere hand maar dat liep niet lekker. Ik wisselde wel af en toe, omdat ik bang was een blaar op mijn hand op te lopen. Goed, voor Creppe sloeg ik rechts een smal pad in langs een boerderij waar niemand te vinden was en ook geen buitenkraan. Dat betekende geen water. Halverwege kwam ik een ruiter tegen, de eerste mens vandaag. Ik vond het eng om zo dicht langs het paard te lopen maar ja wat moest ik dan. Al dalende kwam ik bij het bos waar ik doorheen moest. Even stoppen en wat eten. Na een kwartiertje ging ik weer verder dwars door het bos. De markering was lastig te vinden, want ze hadden bomen gekapt en deze waren met tractoren weggesleept, waardoor lopen heel moeilijk werd. Ik was ook regelmatig de rood/witte markering kwijt. Ik besloot op mijn intuïtie af te gaan en ik moet zeggen dat me dat meer rust gaf en het gejaagde gevoel raakte ik kwijt. Hierdoor werd ik ook minder moe en kon van de omgeving genieten. Ik liep nu langs een waterloop in een verwilderd loofbos, en af en toe stak ik het watertje over. Ik vertrouwde erop dat het goed ging, want ten slotte kwam dit riviertje in het dal uit en daar moest ik zijn. Wel was ik een stuk verkeerd gelopen, maar gelukkig niet zo ver. Ik kwam er achter dat de markering ontbrak. Ik was terug gelopen en via een steile klim kwam ik weer op het goede pad. Ik liep Spa binnen via de buitenwijk met allemaal heel luxe huizen. Ik liep het spoor over en daalde langzaam af naar het centrum tot op de “place du Monument”. Wat een drukte was het in de stad. De drukte, het lawaai, alles maakte dat je weer moest wennen en je uit je “isolement” kwam. Het hotel wat ik had uitgezocht moest op dit plein zijn. Bij het hotel aangekomen, hing er een briefje aan de deur dat ik me in de ijssalon ernaast moest melden. In de ijssalon vroeg ik of ik een kamer voor één nacht kon krijgen. De eigenaar werd erbij geroepen. Hij keek in het boek of er een kamer vrij was en gelukkig er was er één vrij. De kamer koste voor één nacht met ontbijt € 53,00 en was op de derde verdieping. De eigenaar keek me aan en zei dat ik maar een kamer op de eerste verdieping moest nemen. Dat was makkelijker voor de schoonmakers. De kamer koste normaal € 135,00 maar ik hoefde dat er niet voor te betalen. Ik ging lekker douchen in een heel grote badkamer. De nog vochtige onderbroeken (op vorig slaapadres gewassen) hing ik nog even uit en ik maakte me gereed om de stad Spa in te gaan. Het was nog vroeg, dus keek ik een beetje rond in de stad. Ik vond een terras van een Italiaans restaurant en bestelde een biertje. Op de vraag of ik de kaart wou zei ik nee, maar uiteindelijk bleef ik toch maar eten. Ik was moe en wilde even bijkomen. Ik vroeg om de kaart en de dame keek mij een beetje verstoord aan en bracht de kaart. Ik zou lasagne eten maar werd verleid door de calzone en bestelde die. In de avondzon begon ook het paraderen door de stad. Erg leuk was dat om naar te kijken. Het was echt vergane glorie hier in Spa. Ik voelde mijn beenspieren nu toch wel erg duidelijk. Ik rekende af en stond op, maar het leek wel of ik dronken was. Mijn benen waren slap en de blaar was duidelijk aanwezig. Lopende door de oude binnenstad langs het casino (12) het oude badhuis (13) wat een oud, beetje verwaarloosd gebouw is. Nog een ijsje gegeten en toen naar het hotel, naar bed en nog even tv gekeken en viel al snel in slaap.

Link naar foto’s dag 4

 Van Spa naar Stavelot.
Afstand 17,6 km. Gelogeerd in hotel Auberge “St Remacle”

Ik stond om half acht op en nam een douche. Ik ging naar beneden naar de ijssalon waar de eigenaar vroeg of ik even geduld had, want de croissantjes waren nog niet gearriveerd. Het was de eerste werkdag na Pinksteren dus waren de winkels weer open. Ik verblijdde hem met het bericht dat ik toch nog boodschappen moest doen en dat ik dat maar eerst even deed. In de straat die parallel liep aan het plein was markt. Ik kocht een stukje brie bij de kaaswinkel, bij de bakker brood en bij de supermarkt kocht ik yoghurt en ijsthee. Bij de apotheek kocht ik compeed pleisters. Terug in de ijssalon kreeg ik mijn ontbijt. Het was een overvloedige maaltijd en ik gaf aan dat de vleeswaren terug mochten want ik wou alleen maar jam. Na het ontbijt mijn rugzak ingepakt, de sleutel ingeleverd in de ijssalon en ik startte om tien uur mijn volgende traject. Ik had al besloten naar Stavelot te lopen, dat was niet zo ver en ik kon dan heerlijk genieten van de wandeling. Ik ging de bossen rond Spa in en wandelde via vele bruggetjes al zigzaggend omhoog. Het lopen ging niet erg soepel vandaag. Alles deed me zeer, mijn dik geworden knie, mijn blaar. De emotie neemt toe en het huilen stond me nader dan het lachen. Toch een off day, was het toch teveel wat ik deed? Nam ik niet voldoende rust, had Spa een pauze dag moeten zijn? Allemaal vragen die door mijn hoofd gingen. Kortom, wat was er met me aan de hand? Me dat afvragend kreeg ik het beeld van mijn vader voor mijn geestesoog en het gevoel dat hij met mij meeliep. Ik vond het niet erg dat hij meeliep, maar hij zat op mijn rug en dat vond ik niet fijn. Onze dialoog ging over het feit dat hij dit vroeger ook had willen doen, maar dat geloofde ik niet want het kwam niet zuiver over. Ik stelde hem voor dat hij mee mocht tot aan de bron. Ik had in het routeboekje gelezen dat ik langs de bron van het Spawater kwam. Ik vond het een symbolische plaats om afscheid van hem te nemen, tenslotte is hij de bron van mijn bestaan. Tot de bron bleven we in een dialoog met elkaar verbonden en bij de bron aangekomen vroeg ik hem mij mijn eigen weg te laten gaan en op dat moment verdween hij uit mijn geestesoog. Ik kwam weer een beetje tot mijzelf. Heftig stukje was dat. Ik at een appel en vulde mijn veldfles met Spa water. Ik dronk ervan en tjonge zeg sterk spul was dat. Veel mineralen en veel koolzuur zijn er in het water aanwezig. Ik vond het niet lekker en goot het water terug in de bron. Ik hees mijn broek op, – ik denk dat mijn buikje steeds minder werd -, trok mijn riem aan, deed mijn rugzak op en daar ging ik weer verder. Dag Joop, misschien tot een volgende keer. Ik liep een lange rechte weg naar de rand van het fagne Malchamps (“fagne”= vennen) een grote hoogvlakte. Hier liep ik net als op de Peelvlakte over houten balkjes. Mijn voeten deden het nog niet zo goed en ik was toch wel moe geworden na de ervaring met mijn vader. Het was warm en het werd eentonig, geen mens te bekennen. Een mooi plekje was het RAF monument waar ik een foto van het watertje nam en niet het monument zelf. Langs een uitkijktoren, waar ik een bakje yoghurt leeg at kwam ik bij ferme de la Berinzenne, een museum over de omgeving. Erg mooi, maar ik raakte hier even de weg kwijt. Voelde me nog steeds slap en het was warm.
Ik vond de weg die ik moest hebben. Het was de oude weg (uit de Romeinse tijd) van Spa naar Stavelot waar ik het gevoel kreeg dat er mensen langs de kant naar me zaten of stonden te kijken. Ik was niet bang, ondanks dat ik het gevoel kreeg dat ze uit de beneden wereld kwamen. Ik liep door tot Poteau d’Andrimont, waar een kruising kwam met de Petite Vequée twee wegen uit de Romeinse tijd, waar twee Kruisbeelden stonden. Hier kwam een eind aan het gevoel van kijkende mensen maar nog niet aan mijn vermoeidheid. Ik liep door een ontgonnen bos. Niet mooi, allemaal omgehakte bomen die weggesleept waren en dan liep ik weer op een pad met aan weerkanten bomen en weilanden. Prachtig mooi. Ik kwam aan in Andrimont. Vanaf Andrimont (een paar erg mooie boerderijen en vakantiehuizen) daalde ik tussen de weilanden door af naar Ruy. Daar aangekomen ging ik op de hoek eten en rusten. Dit was ook het moment dat ik het gevoel kreeg nieuwe energie te ontvangen. Dit was ongeveer 3 km na Poteau d’Andrimont. Weg pijn, weg vermoeidheid, en liep ik goed en lekker richting Fagne de Bellaire waar de afdaling begon naar de vallei van de Ambléve. Na een prachtige afdaling gedeeltelijk door het bos kwam ik bij een tunneltje onder het spoor door. Wel eng want links naast je stroomde water en de tegels waar je op loopt lagen niet allemaal stil. Het leek net een levada. Ik kwam uit op een plein en ik moest even zoeken naar het hotel Auberge “St Remacle” en liep natuurlijk de verkeerde kant op, waardoor ik weer een aardig stukje van de stad zag. Op een klein pleintje waar je uitzicht had over de oude stad vond ik het hotel. Het zag er gezellig uit en ik meldde me aan de bar, waar de barman een halve liter pint voor me in tapte, telepathie? Ik vroeg of ze een kamer voor mij hadden. Moment zei de barman en liep naar buiten en kwam terug met iemand die Nederlands sprak. Samen keken ze in het boek. Waarom wordt er toch altijd in een dergelijk boek gekeken? Achteraf bleek dat ik de enige gast was. Ja, ik kreeg kamer 1 aan de voorzijde. Douche en toilet waren op de gang. Alles piepte en kraakte, maar het zag er beregezellig uit en alles was oud maar schoon. Weer beneden gekomen dronk ik mijn bier op en nu bleek dat de barman Engels sprak. Samen lachten we om deze ontdekking want dat maakte het communiceren gemakkelijker. Op de stoep voor het hotel was een terras, waar het goed toeven was dus ik bleef hier eten. Vegetarische lasagne, daar had ik trek in dus die bestelde ik waarop de eigenaar mij het voorstel deed de specialiteit van het huis kiezen, pene bereidt in de oven met groente. Ik nam het en inderdaad het was smullen geblazen. Na het eten ging ik de stad in om wat rond te kijken. Overal monumenten voor de tweede wereld oorlog er was hier erg gevochten en iedereen bedankte iedereen met een monument, de Engelsen bedankten de Belgen en de Belgen de Engelsen. Na de wandeling ging ik om acht uur naar bed en viel na het lezen in slaap.

Link naar foto’s dag 5

Van Stavelot naar Vielsalm.
Afstand 15,9 km. Gelogeerd in hotel “les Myrtilles”

Om half acht liep de wekker af. Ik had die nacht erg goed geslapen. Ik had wel twee nachtmerries gehad waarvan ik me er nog maar één kon herinneren. Ik wandelde over een richel hoog in de bergen en verzwikte mijn linker enkel en op dat moment kwam ik in een hele grote helder witte lichtflits en werd dan wakker. Het bed naast me stond 20 centimeter opzij geschoven. Volgens mij was ik die nacht in mijn onderbewuste flink tekeer gegaan. Gelukkig was ik alleen in het hotel. Na het ontbijt pakte ik alles in en ik ging naar de Spar om boodschappen te doen. De winkel was nog niet open dus moest ik even wachten. Ik kocht een appel, een banaan en twee bekertjes yoghurt, icetea, twee broodjes en smeerkaas. Tijdens het wandelen at ik bij iedere stop iets dus vandaar de hoeveelheid. Ik startte de wandeling. Het was een korte afstand dit keer en ik besloot dat ik niet verder dan Vielsalm zou lopen en daar de volgende dag de trein naar huis nemen. In het centrum (1) pakte ik de route weer op bij de brug over de Ambléve. Vanaf de brug had je naar beide kanten een prachtig uitzicht over de rivier en over de stad. Buiten de stad ging ik een steil pad omhoog. Boven aangekomen was er een mooi uitzicht over Stavelot. Ik wandelde over een erg mooi bospad naar hoeve La Bergerie. Hier aangekomen was het heerlijk zitten op een bankje om van de omgeving te genieten. Als God in Frankrijk voelde ik me en wat was de natuur toch mooi. Ik liep een prachtige veldweg die afgewisseld werd door het bos en daarna weer door de weilanden . De foto’s geven een goede indruk van de omgeving waar ik doorheen liep. Dit deel was ruim 5 km voordat ik in Logbiermé aankwam. Dan naar Mont Le Soie, een zeer grote manege waar ik even uitrustte en waar ik voor het eerst in al de afgelopen dagen mijn fleacejack aantrok. Er kwam wind opzetten en het koelde aardig af. Vanaf dit punt was het nog 6 km naar Vielsalm door een prachtig bos waar veel bankjes stonden en waar het erg stil was. Ook voor vandaag gold; geen mens tegengekomen. Van internet heb ik de tekst gekopieerd met de omschrijving van waar ik doorheen gelopen ben. Het is zeker de moeite waard om op deze website te kijken. Het domaniale woud “Grand Bois”: in het hart van dit woud bevindt zich de open plek “So Bêchefa”, gelegen langs de baan Neuville-Commanster en is omgeven door een hoogopgaand woud met talrijke bewegwijzerde paden en borden waarop de namen van de boomsoorten vermeld zijn. In het midden van de openplek vindt men paviljoenen en barbecues met hout en stenen uit de streek: die staan het hele jaar van zonsopgang tot zonsondergang ter beschikking van het publiek. Vanuit het bos kwam ik bij een bungalow park van Sunparks uit waarvandaan het nog een klein stukje afdalen was naar het centrum. Hier was het even zoeken welk hotel ik nam. Het eerste hotel was erg duur maar kijkt wel uit over het meer. Het tweede hotel was goedkoop en de entree over een binnenplaatsje sprak mij erg aan. Ik meldde mij aan de balie en een vrouw uit Kongo hielp mij. Het was een lastige conversatie want zij sprak alleen maar Frans. Uiteindelijk kreeg ik mijn kamer toegewezen en dat was een hoekkamer met dus aan twee kanten uitzicht. Ik was lekker vroeg aangekomen (vier uur) en ging een terras opzoeken om een biertje te drinken. Op het terras was ik de enige, dus de ober haastte zich absoluut niet. Aan de overkant van de straat liepen twee GR5-gangers, compleet met tent en slaapzak. Ze liepen moeizaam en ik was blij dat ik geen tent bij me had. Nadat ik mijn bier en een bakje pinda’s had gekregen en direct afgerekend had, dronk ik het bier op en het pinda bakje at ik leeg. Ik ben toen naar het station gelopen even buiten de stad, om alvast een treinkaartje voor de volgende dag te kopen. Daar aangekomen vroeg ik aan de ambtenaar achter het loket of hij Nederlands sprak. Non, zei de ambtenaar. Spreekt u dan Engels? Non monsieur, je suis un Walon deelde hij mij gepikeerd mee. Nou dan maar met het programma hints in het achterhoofd uitbeelden wat ik wilde hebben. Dat moest toch niet zo moeilijk zijn, want de ambtenaar verstond mij donders goed. Zijn collega zat achter het bureau te lachen, maar ik liet mij niet uit het veld slaan en verdomd het was me gelukt een enkele reis naar station Maastricht voor de volgende dag te kopen (naar Amsterdam kon niet). Moet ik het de volgende keer zo vragen? Un seul voyage vers la gare Maastricht sur 05-06-09 . Het boekje “Hoe en wat in het Frans” was niet gemakkelijk te gebruiken en ik had ook de woordenlijst niet bij mij. Maar ik denk dat het toch op mijn zenuwen zou werken. Goed, kaartje voor morgen op zak de trein vertrekt om 10:30 uur van spoor 2. Zo dat was vast geregeld, dan kon ik de volgende dag uitslapen en op mijn gemak vertrekken. Ik ging in de pizzeria van het hotel een canzone eten met een glas rode wijn. Het was mijn laatste avond van de wandeling over de GR5 en dat vierde ik een beetje en ik keek ook een beetje terug. Na het eten ging ik nog de stad in en maakte een rondje langs het meer waar ik nog wat foto’s maakte. Het was erg stil en mooi en je merkte dat het echte seizoen nog moest beginnen. Terug in het hotel ging ik op bed nog even TV kijken las nog in mijn boek waarna ik als een blok in slaap viel.

Link naar foto’s dag 6

Naar huis
Geen wekker gezet en toch om half acht wakker. Lekker douchen en aankleden, de was uitzoeken en in plastic tasjes doen en naar de ontbijtzaal. Daar ontmoete ik een Engelsman die mij wenkte en mij aan zijn tafel uitnodigde. Loop jij ook de GR5 vroeg hij mij, ja antwoordde ik en we wisselden wetenswaardigheden uit. Waar was het moeilijk geweest en waar was je verkeerd gelopen. Dit waren de eerste dingen waar we over spraken. Ik vroeg of hij een tent bij zich had (heeft me onderweg eigenlijk wel bezig gehouden) waarop hij antwoordde nee, daar zijn we toch te oud voor. Een hotel met een bed en een douche is toch heerlijk en ja soms moet je er voor omlopen, maar dan is de beloning toch groot. Hij ging nog een week door en zijn volgende stop was Burg Reuland 27 km verder. Hij stapte op en ik wenste hem een fijne tocht. Na het ontbijt kwam ik in de lounge een Nederlands echtpaar tegen dat net weg wilde gaan. Ook met hen raakte ik aan de praat en zij hadden het zelfde verhaal als de Engelsman, waar was de bewegwijzering slecht, te oud voor een tentje, kortom, een kopiegesprek. Zij liepen alleen vandaag nog en ook naar Burg Reuland en gingen vandaar naar huis. Grappig, de hele week kwam ik geen mens tegen en dan op de laatste dag sprak ik drie mensen die de GR5 liepen. Ik pakte mijn spullen in, rekende af en ging naar de chocolaterie om pralines te kopen voor thuis. Langs de waterval en het meer liep ik naar het station waarvoor een oorlogsmonument staat. Station Vielsalm is een klein stationsgebouw dat heel oud is en erg klein. Ik wachtte op spoor 2 op de trein die 10 minuten vertraging had, maar daar kwam hij en ik stapte in de wagon waar nog coupés leeg waren. Het schoolreisgevoel kwam weer naar boven en ik genoot van het voorbij razende landschap. In Luik moest ik overstappen op de trein naar Maastricht en in Maastricht op de intercity naar Amsterdam toe. Moe maar erg voldaan kwam ik weer thuis.

Link naar foto’s dag 7